Het boze plankje stond in de hoek van de badkamer. Het had vreselijk de pest in. Zijn moeder lag in de andere kamer en hoorde hem mompelen. Gedraag je als echt beukenhout, die zeuren niet.
Ja jij hebt makkelijk praten. Jij wordt lekker geschuurd en gelakt. Ik sta hier maar een beetje doelloos te staan. Ik ben niet meer nodig.
De man had 's ochtends de grote plank verzaagd. Zijn moeder was het werkblad voor in de badkamer geworden. Zijn broers waren plankjes geworden onder het werkblad. En hij was over.

Toen ze uit het schap van de Entrepot de Bricolages waren gehaald, was hij helemaal opgewonden. Hobbelend in het karretje gingen ze op weg naar 'hun bestemming'. Zijn moeder had gezegd: wij worden iets.
.JPG)
Het boze plankje zon op wraak. Hij ging echt niet doelloos de geschiedenis in. Hij lachte boosaardig. De man kwam weer werken: meten, hakken, boren. Hij pakt het boze plankje op om te meten of iets uitkwam.
Het boze plankje zag zijn kans schoon toen hij hem even losliet.
Hij liet zich met een harde klap op het hoofd van de man vallen. Au, verdomme.
Zo, zei het boze plankje, ik ben nu in ieder geval een plankje dat hij zich altijd zal herinneren. En ik sta ook in de blog.